Gedragstraining

Normaal eliminatiegedrag bij katten

Normaal eliminatiegedrag bij katten

Elke dag drinken katten normaal gesproken tussen de 200 en 400 milliliter vocht om hun gezondheid te behouden. De helft hiervan zal eindigen als urine, die dient als een vehikel voor opgeloste eindproducten van de stofwisseling. Dit proces is verplicht en fundamenteel voor het behoud van het leven.

Defecatie is even belangrijk om de afvalproducten van de spijsvertering kwijt te raken. Soms wordt pas duidelijk hoe belangrijk deze processen zijn als ze fout gaan.

Bij katten is, net als veel andere landzoogdieren, uitscheiding van urine en ontlasting aangenomen als een markeringsgedrag en geeft sociale en reproductieve signalen door aan andere leden van dezelfde soort.

Wilde katten en huiskatten volgen over het algemeen een specifiek gedragspatroon bij het elimineren van urine en ontlasting. Normaal zoeken ze naar plaatsen waar de grond los of zanderig is, wat in het geval van binnenkatten de inhoud van een kattenbak inhoudt. Zodra een geschikt substraat is gevonden, snuift de kat aan het gebied en krabt of graaft er naar toe met zijn voorpoten. Na een kleine depressie te hebben gemaakt, draait de kat zich om, hurkt en deponeert haar afval. De laatste fase houdt in dat de kat haar ontlasting of urine bedekt en vervolgens naar andere dingen gaat.

Inhoud geleverd door